ontwurmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·wur·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontwurmen
ontwurmde
ontwurmd
zwak -d volledig

Werkwoord

ontwurmen

  1. overgankelijk van wormen ontdoen
    • Of het nu kinderen te eten geven is, de koeien ontwurmen, de bomen snoeien, de druiven plukken of de mensen hun loon uitbetalen is, het moet gebeuren. 
  2. wederkerend zich aan iets ~ zich door te wurmen aan iets ontsnappen
    • Hij trachtte zich tevergeefs aan de goede tackle te ontwurmen. 

Gangbaarheid