wijds

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: weids

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wijds
stellend
onverbogen wijds
verbogen wijdse
partitief wijds

Bijvoeglijk naamwoord

wijds

  1. partitief van de stellende trap van wijd [1]
    • Ze trok bij deze warmte liever iets wijds aan. 

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen