weids

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: wijds

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • weids
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘groots’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1588 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen weids weidser weidst
verbogen weidse weidsere weidste
partitief weids weidsers -

Bijvoeglijk naamwoord

weids

  1. ruim van uitzicht, luisterrijk, groots
    • Dit was verreweg het weidste landschap dat we te zien kregen op deze reis. 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.

Verwijzingen