wigvormig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wig·vor·mig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen wigvormig wigvormiger wigvormigst
verbogen wigvormige wigvormigere wigvormigste
partitief wigvormigs wigvormigers -

Bijvoeglijk naamwoord

wigvormig

  1. vorm van een wig hebbend
    • De meeste voorwiel aangedreven auto's hebben een wigvormig uiterlijk omdat dan de voorwielen beter op de weggedrukt worden. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.