Uiterlijk
- whats·app
| vervoeging van |
|---|
| whatsappen |
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van whatsappen
- Ik whatsapp.
- gebiedende wijs van whatsappen
- Whatsapp!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van whatsappen
- Whatsapp je?
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | whatsapps | |
| verkleinwoord | whatsappje | whatsappjes |
- (communicatie), (internet) bericht verstuurd met de internet berichtendienst WhatsApp
- Ik heb je een whatsappje gestuurd.
- Het woord whatsapp staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.