waterwants

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·wants
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterwants waterwantsen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waterwants v / m

  1. elk van de wantsen die in het water leven en zich met dierlijke sappen voeden.

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
51 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be