waterslot

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·slot
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterslot watersloten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waterslot o

  1. gasdichte afsluiting door middel van water, zó dat bij toenemende druk in het vat gas kan ontsnappen.
  2. een aquastop die de watertoevoer afsluit na het doorlaten van een bepaalde hoeveelheid water of indien er een overstroming wordt gesignaleerd.
  3. waterburcht of waterkasteel

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie