waterschout

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·schout
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterschout waterschouten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waterschout m

  1. rijksambtenaar met opsporingsbevoegdheid, die o.a. belast is met het toezicht op de monstering van zeelieden.

Gangbaarheid