waterpassen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Waterpassen.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·pas·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
waterpassen
waterpaste
gewaterpast
zwak -t volledig

Werkwoord

waterpassen

  1. overgankelijk het meten van hoogteverschillen en afstanden (weliswaar met lage nauwkeurigheid) tussen punten in het landschap met behulp van een waterpasinstrument
    In het "Lutterzand" werd een terrein van 20 ha opgenomen en gewaterpast.[1]

Zelfstandig naamwoord

waterpassen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord waterpas

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. blz 118 Tijdschrift der Nederlandsche Heidematschappij, volumes 14-15, 1902

Meer informatie