waterpark

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • wa·ter·park
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord waterpark waterparken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

waterpark o

  1. park met vijvers waarin water wordt opgevangen, bv. om wateroverlast te voorkomen of achterliggende gebieden geleidelijk te kunnen bevloeien.