voorbaat
Uiterlijk
- voor·baat
- samenstelling van voor en baat [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorbaat | - |
| verkleinwoord | - | - |
- bij ~: nog vóór de onderneming zijn beloop gehad heeft
- Je kunt dat niet bij voorbaat aannemen.
- Het woord voorbaat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "voorbaat" herkend door:
| 96 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ voorbaat op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be