vistrap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·trap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vistrap vistrappen
verkleinwoord vistrapje vistrapjes

Zelfstandig naamwoord

vistrap m

  1. een trap voor vissen om voorbij een sluis, stuw, watermolen of ander obstakel te komen
    • Dankzij de vistrap konden de vissen stroomopwaarts paren en eitjes leggen om nageslacht voort te brengen. 

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
63 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be