verstevigen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·ste·vi·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verstevigen
verstevigde
verstevigd
zwak -d volledig

Werkwoord

verstevigen

  1. overgankelijk iets steviger maken
    • Met steunbalken proberen we de fundering te verstevigen. 
    • Met de overwinning verstevigde de club zijn koppositie. 
    • Het staatsbezoek was vooral bedoeld om de onderlinge banden te verstevigen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.