verslikt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·slikt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verslikken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van
verslikken

verslikt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verslikken
    • Jij verslikt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verslikken
    • Hij verslikt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verslikken
    • Verslikt! 
  4. voltooid deelwoord van verslikken