verkrampt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·krampt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van verkrampen: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen verkrampt verkrampter verkramptst
verbogen verkrampte verkramptere verkramptste
partitief verkrampts verkrampters -

Bijvoeglijk naamwoord

verkrampt

  1. met stijf aangetrokken spieren
    • Na enige tijd op zijn hurken gezeten te hebben masseerde hij zijn verkrampte beenspieren. 
  2. overdrachtelijk overdreven onwillig om zich aan te passen
    • Zijn verkrampte houding maakte hem veel vijanden. 

Werkwoord

vervoeging van
verkrampen

verkrampt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verkrampen
    • Jij verkrampt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verkrampen
    • Hij verkrampt. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van verkrampen
    • Verkrampt! 
  4. voltooid deelwoord van verkrampen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.