verfwerk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • verf·werk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verfwerk verfwerken
verkleinwoord verfwerkje verfwerkjes

Zelfstandig naamwoord

verfwerk o [1]

  1. een hoeveelheid uit te voeren of uitgevoerd werk bestaande uit het verven van voorwerpen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen