verdeeldheid
Uiterlijk
- ver·deeld·heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verdeeldheid | verdeeldheden |
| verkleinwoord |
de verdeeldheid v
- het niet één zijn van een groep, het onenigheid hebben
- De verdeeldheid in de Republikeinse Partij hoeft niet per definitie voordelig te zijn voor de Democraten.
- Het woord verdeeldheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "verdeeldheid" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be