verbonden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bon·den
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
verbinden

verbonden

  1. meervoud verleden tijd van verbinden
    • Wij verbonden. 
    • Jullie verbonden. 
    • Zij verbonden. 
  2. voltooid deelwoord van verbinden
  • Maar het waren onze levens, ze waren met elkaar verbonden en ik ben zo bang ze kwijt te raken. Ik raak jullie langzaam maar zeker kwijt. [1]

Zelfstandig naamwoord

verbonden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verbond

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Harstad, Johan Max, Mischa & Het Tet-offensief 2017 ISBN 9789057598494 pagina 18