verbonden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·bon·den
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
verbinden

verbonden

  1. meervoud verleden tijd van verbinden
    • Wij verbonden. 
    • Jullie verbonden. 
    • Zij verbonden. 
  2. voltooid deelwoord van verbinden

Zelfstandig naamwoord

verbonden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord verbond

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.