venkelwater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ven·kel·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord venkelwater
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

venkelwater o [1]

  1. water waarin venkel is gekookt
    • Kook de venkel beetgaar en bewaar het kookwater. Laat de venkelknollen goed uitlekken en snijd ze in stukjes. Kook de pasta bijna beetgaar in het venkelwater.[2] 
  2. alcoholische drank gestookt uit venkel zaad

Gangbaarheid

Verwijzingen