uitverkiezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ver·kie·zen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uitverkiezen
verkoos uit
uitverkozen
uitverkoren
klasse 2 volledig

Werkwoord

uitverkiezen

  1. overgankelijk uit velen een enkele selecteren
    • Het verbaasde hem dat hij hiertoe uitverkozen werd. 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Verwijzingen