uitstek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·stek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord uitstek uitstekken
verkleinwoord uitstekje uitstekjes

Zelfstandig naamwoord

uitstek o

  1. (bouwkunde) een uitstekend deel van een gebouw, met name een kamertje achter de woning
Uitdrukkingen en gezegden
in het bijzonder

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be