uitgewerkt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·werkt

Werkwoord

vervoeging van
uitwerken

uitgewerkt

  1. voltooid deelwoord van uitwerken
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uitgewerkt uitgewerkter uitgewerktst
verbogen uitgewerkte uitgewerktere uitgewerktste
partitief uitgewerkts uitgewerkters -

Bijvoeglijk naamwoord

uitgewerkt

  1. tot in de kleinste details ontworpen
    • Hij heeft zijn uitgewerkte plannen aan zijn baas laten zien. 
  2. niet meer werkzaam
    • De uitgewerkte drugs hebben geen invloed meer gehad op de rijstijl van de verdachte.