uitgehongerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·hon·gerd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uitgehongerd uitgehongerder uitgehongerdst
verbogen uitgehongerde uitgehongerdere uitgehongerdste
partitief uitgehongerds uitgehongerders -

Bijvoeglijk naamwoord

uitgehongerd

  1. erg hongerig zijn
  2. lang geen of te weinig eten hebben gekregen

Werkwoord

vervoeging van: uithongeren…
verbogen vorm: uitgehongerde

uitgehongerd

  1. voltooid deelwoord van uithongeren

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be