uitgehongerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·hon·gerd
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen uitgehongerd uitgehongerder uitgehongerdst
verbogen uitgehongerde uitgehongerdere uitgehongerdste
partitief uitgehongerds uitgehongerders -

Bijvoeglijk naamwoord

uitgehongerd

  1. erg hongerig zijn
  2. lang geen of te weinig eten hebben gekregen

Werkwoord

vervoeging van
uithongeren

uitgehongerd

  1. voltooid deelwoord van uithongeren

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.