Naar inhoud springen

uithongeren

Uit WikiWoordenboek
  • uit·hon·ge·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
uithongeren
hongerde uit
uitgehongerd
zwak -d volledig

uithongeren

  1. overgankelijk lang ieder voedsel ontzeggen
    • Tijdens het beleg werd de stad langzaam uitgehongerd. 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be