tureluurs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tu·re·luurs
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘dol, gek’ voor het eerst aangetroffen in 1810 [1]
  • afgeleid van tureluur met het achtervoegsel -s [2]
stellend
onverbogen tureluurs
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

tureluurs [3]

  1. verdwaasd, gek, getikt
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

tureluurs mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord tureluur

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.

Verwijzingen