trouble

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • trou·ble
enkelvoud meervoud
trouble troubles

Zelfstandig naamwoord

trouble

  1. moeilijkheid, lastigheid, probleem
    «The trouble is that it is hard to undo.»
    Het probleem is dat het moeilijk ongedaan te maken is.
Afgeleide begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs to trouble
he/she/it troubles
verleden tijd troubled
voltooid
deelwoord
troubled
onvoltooid
deelwoord
troubling
gebiedende wijs trouble

Werkwoord

trouble

  1. zorgen (doen) hebben
    «The economic problems troubled him greatly.»
    De economische problemen bezorgden hem grote kopzorgen.