triangulatie
Uiterlijk
- tri·an·gu·la·tie
- uit het Latijn (met het voorvoegsel tri-) [1]
- Naamwoord van handeling van trianguleren met het achtervoegsel -atie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | triangulatie | triangulaties |
| verkleinwoord |
- (wiskunde) meetmethode die gebruikmaakt van het feit dat een driehoek volledig bepaald is als één zijde (de basis) en de aanliggende hoeken bekend zijn
- ▸ In winkelcentra bijvoorbeeld is het ook mogelijk dat de aanbieder via WPS (Wifi Positioning System, zoals triangulatie met diverse access points op basis van de wifi-signaalsterktes) je route doorheen de winkel(s) volgt. 'Gratis' met aanhalingstekens dus.[3]
- ▸ Aan apps die je telefoon kunnen opsporen op basis van z’n gps-coördinaten en positie ten opzichte van bepaalde zendmasten (triangulatie) is geen gebrek.[4]
- het gebruiken van meerdere invalshoeken om een vraag te beantwoorden
- manipulatie door een derde persoon om een relatie te beïnvloeden
1. meetmethode die gebruikmaakt van het feit dat een driehoek volledig bepaald is als...
- Het woord triangulatie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "triangulatie" herkend door:
| 61 % | van de Nederlanders; |
| 74 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ triangulatie op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Zo ga je veilig online op een openbaar wifi-netwerk” (11 mrt. 2016), De Telegraaf - ↑
Weblink bron Michel van der Ven“Gsm kwijt en beltoon uit? Zo laat je ’m rinkelen” (08/08/2012), De Standaard - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel tri- in het Nederlands
- Achtervoegsel -atie in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Wiskunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 61 %
- Prevalentie Vlaanderen 74 %