trekzalf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trek·zalf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord trekzalf trekzalven
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

trekzalf v / m [1]

  1. zalf die het ontstekingsvocht naar buiten trekt
    • trekzalf is heel handig bij splinters in de huid 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
40 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen