treffende

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tref·fen·de

Bijvoeglijk naamwoord

treffende

  1. verbogen vorm van de stellende trap van treffend

Werkwoord

vervoeging van
treffen

treffende

  1. verbogen vorm van het onvoltooid deelwoord van treffen