treffend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tref·fend

Werkwoord

vervoeging van
treffen

treffend

  1. onvoltooid deelwoord van treffen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen treffend treffender treffendst
verbogen treffende treffendere treffendste
partitief treffends treffenders -

Bijvoeglijk naamwoord

treffend

  1. precies het doel rakend
    • Er was een treffende gelijkenis tussen de drie zusjes je kon de foto's en de onderschriften veranderen zonder dat iemand het merkte. 
  2. het doel krachtig rakend
    • In deze bloemlezing staan 60 treffend verhalen over zieke kinderen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.