traptrede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trap·tre·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord traptrede traptreden
traptredes
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

traptrede v/m

  1. een deel van een trap waarop men kan staan
    • Er zitten 32 traptreden in deze trap. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be