tora
Uiterlijk
- to·ra
- Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'onderwijzing, leer' [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tora | torot tora's |
| verkleinwoord |
- (Jiddisch-Hebreeuws) een exemplaar van de Tora
- Het woord 'tora' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.