tonrond

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ton·rond
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tonrond tonronder tonrondst
verbogen tonronde tonrondere tonrondste
partitief tonronds tonronders -

Bijvoeglijk naamwoord

tonrond [1]

  1. heel erg dik; zo rond als een ton
     Een tonrond hispanic- meisje van 8 paste een vampierenjurk met netkousen, bebloede plaknagels en een decolleté tot op het kruis.[2]
     Toch is het net deze tonronde gourmand die McDonald's helpt in het ontwikkelen van producten die tot een evenwichtig voedingspatroon moeten leiden.[3]
Vertalingen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
64 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Sylvia Witteman op Wikipedia “Halloween” (20 oktober 2007), de Volkskrant
  3. Bronlink Weblink bron rmg “Topkok gaat fastfood” (18/05/2005), De Standaard