timing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ti·ming
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Engels overgenomen
enkelvoud meervoud
naamwoord timing timingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

timing v

  1. exact op het juiste moment
  2. het klokken

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie