tijdlijn

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

gekleurde tijdlijn
Uitspraak
Woordafbreking
  • tijd·lijn
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tijdlijn tijdlijnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tijdlijn v/m

  1. tijdschaal vormgegeven als balk of lijn
    • Buiten de pagina van ‘Er mag gezongen worden’ gaat het nieuwtje ondertussen een eigen leven leiden. Negentig mensen klikken op ‘delen’ en sturen het via hun eigen tijdlijn naar vrienden. Daar, zonder de context van satire, waar vooral de kop opvalt - Sylvana Simons: ‘Schaf zwart scheidsrechterstenue af’ - wordt het aantal mensen dat het bericht gelooft al stukken groter. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Peter Zantingh 17 januari 2017