ternauwernood

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ter·nau·wer·nood
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelnederlandse "ter nauwer nood" (door nood in het nauw gedreven).

Bijwoord

ternauwernood

  1. bijna niet, op het nippertje
    • Hij kwam er ternauwernood levend vanaf. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.