teriakel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·ri·a·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teriakel teriakels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

teriakel v/m

  1. (medisch) (verouderd) universeel geneesmiddel
  2. (medisch) (verouderd) antigif te gebruiken bij een giftige beet
Synoniemen

Gangbaarheid

14 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be