teleonthaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • te·le·ont·haal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord teleonthaal -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

teleonthaal o

  1. telefonische dienst voor hulpverlening bij levensmoeilijkheden

Gangbaarheid

25 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be