Naar inhoud springen

teak

Uit WikiWoordenboek
  • teak
  • van Engels teak, in de betekenis van ‘boom, hout daarvan’ voor het eerst aangetroffen in 1854 [1] [2] [3]
m enkelvoud meervoud
naamwoord teak teaken
verkleinwoord

deteakm

  1. (bloemplanten) bepaalde tropische boomsoort, Tectona grandis op Wikispecies
o enkelvoud meervoud
naamwoord teak
verkleinwoord

hetteako

  1. (materiaalkunde) kostbaar tropisch hardhout gemaakt van Tectona grandis op Wikispecies dat ook zonder onderhoud goed bestand is tegen weer en wind
    • Loop vanuit de zonnige, hete straat de koele lobby van marmer en teak van het Santa Clara Hotel binnen. Ga langs de twee portiers die, naar je vermoedt, getrainde killers zijn. Zij nemen schattend kledij, gringogehalte en kredietwaardigheid op. [4] 
    • De seventies-luxevibe is nog het best voelbaar in de opvallende bar in donkerbruine glanzende teak, compleet met dansvloer, discobol en flipperkast. ‘Er moeten hier wilde feestjes zijn gehouden, voor ik hier woonde. Nog altijd kom ik mensen tegen die ik niet ken maar die wel heel enthousiast herinneringen ophalen aan “dat speciale ronde huis”,’ lacht Manuella.[5] 
    • Ergens'in de pittoreske Engelse countryside - 'Hou het adres geheim want ik heb geen trek in pottekijkers'- staat Robin van Persie voor een omvangrijke boekenkast. Goedkeurend klopt hij op het donkere hout: Echt teak. En handgemaakt hè.'[6] 
stellend
onverbogen (alleen
attributief)
verbogen

teak

  1. gemaakt van hout van Tectona grandis op Wikispecies; uit teakhout
88 %van de Nederlanders;
85 %van de Vlamingen.[7]