taxonoom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taxo·noom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taxonoom taxonomen
verkleinwoord taxonoompje taxonoompjes

Zelfstandig naamwoord

taxonoom m

  1. (beroep) iemand die zich met taxonomie bezighoudt

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be