taxonoom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • taxo·noom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord taxonoom taxonomen
verkleinwoord taxonoompje taxonoompjes

Zelfstandig naamwoord

taxonoom m

  1. (beroep) iemand die zich met taxonomie bezighoudt

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.

Meer informatie