tarten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tar·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
tarten
tartte
getart
zwak -t volledig

Werkwoord

tarten

  1. overgankelijk iets doen waarvan men weet dat iemand er erg tegen is
    • Zij tartten de Verenigde Staten door toch een atoomwapen na te streven. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.