Naar inhoud springen

ratten

Uit WikiWoordenboek
  • rat·ten
  •  rat zn  met de uitgang -en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ratten
ratte
gerat
zwak -t volledig

ratten [1]

  1. te pakken krijgen
  2. stelen

derattenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord rat
     Hopen dat de bloedgeur geen ratten zou aantrekken.[2]
     Had ze daarom over ratten gedroomd? 'Teresa, luister je wel?' 'Ja, señora,' zei ze, terwijl ze het laatste hemdje opvouwde en in de lade van de klerenkast legde.[3]
     De steden groeiden, maar de hygiënische situatie verslechterde: ze werden ideale plaatsen voor ratten om zich in groten getale voort te planten.[4]
  • Als het schip lek is, gaan de ratten van boord.
Als het verkeerd loopt, laten valse vrienden je in de steek
  • De ratten verlaten het zinkende schip.
Als de omstandigheden verslechteren denken sommigen alleen aan zichzelf en vertrekken
  • Van de ratten besnuffeld zijn
ben je nu helemaal gek!
  • als ratten in de val zitten
Geen kan meer uit kunnen; zonder hoop op redding zijn
 Ze zaten als ratten in de val.[5]



100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[6]
  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Manik Sarkar
    “Ossenkop” (2024), Hollands Diep, ISBN 9789048862696
  3. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  4. Roel Coutinho
    “Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310592
  5. Teuntje de Haan
    “Een muur van water” (2018), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021409375
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be