takeling

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[1] takeling
[2] takeling
Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·ke·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord takeling takelingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

takeling v [1]

  1. het takelen
    • De auto werd door het duikteam van de brandweer naar de kant gesleept, waarna hij uit het water werd getakeld. Liters water stroomden uit de wagen. Opvallend, de auto kon tegen een stootje, de ruitenwissers veegden het overtollige water weg tijdens de takeling. [2] 
  2. een methode om het uitrafelen van de einden van een touw of lijn te voorkomen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen