tabloid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ta·bloid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord tabloid tabloids
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

tabloid m/o

  1. A3-formaat dat het dubbele is van A4-formaat
    • Het ontstaan van de fusiekrant AD maakte ook iets anders duidelijk: kranten verlaten hun broadsheet-formaat en kiezen voor tabloid. [2]
  2. dagblad met veel roddel en senstatie, omdat die in Engelstalige landen traditioneel worden gedrukt op tabloidformaat, in tegenstelling tot de serieuzere pers die vroeger meestal een groter formaat gebruikte
    • Daags nadat Bieber en Baldwin in het gerechtsgebouw waren waargenomen, kwam Baldwin met een korte verklaring op Twitter. "Ik begrijp waar de speculatie vandaan komt, maar ik ben nog niet getrouwd", luidde haar reactie. Maar volgens TMZ en tabloid DailyMail klopt er niks van haar reactie. [3] 
    • De getuigenis van Haliza Hamdan is de zoveelste in een reeks tegenstrijdige verklaringen. Door haar woorden wordt wel steeds duidelijker hoe laat Ivana viel: rond 14 uur. Daarmee wordt ook het interview dat de Johnsons, het Amerikaanse echtpaar waar Ivana na een nacht stappen verbleef, in maart gaven aan een Britse tabloid twijfelachtig. [4] 
    • De langverwachte, voor het einde van dit jaar aangekondigde comeback van de Zweedse supergroep ABBA, wordt mogelijk uitgesteld. Volgens de Britse tabloid Daily Star loopt het project vertraging op omdat de nieuwe liedjes nog niet klaar zouden zijn. [5] 
  3. krant gedrukt op tabloidformaat
    • Walter kan aanstoot nemen aan het tabloidformaat omdat dit de kunst van het krantvouwen tenietdoet: een tabloid kan ‘zelfs de grootste amateur op schijnbaar professionele wijze [lezen]’ [6]
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen