stuitje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stuit·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord stuitje stuitjes

Zelfstandig naamwoord

stuitje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord stuit.

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be