stereotypering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ste·reo·ty·pe·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord stereotypering stereotyperingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

stereotypering v

  1. kenmerk van één individu van een groep toepassen op alle leden van die groep
    • Hij zou het liefst zien dat decanen op de middelbare school al veel meer interesse wekken voor het juiste vakkenpakket waarmee je piloot kunt worden, want dáár wordt die keuze gemaakt. En de glimlachende blondines met een pilotenpet op Instagram? Een goede ontwikkeling, geeft hij toe. ,,Maar je moet dan ook weer uitkijken voor stereotypering. Het is een lastige kwestie.” [1] 
    • De Grauwe Eeuw laat sinds ruim een jaar geregeld van zich horen. Via aangiftes en dreigbrieven worden gemeenten en andere instanties op hoge toon dringend verzocht namen van straten en tunnels aan te passen. Het gaat volgens de anonieme beweging om namen die verwijzen naar het koloniale verleden van Nederland of anderszins een 'racistische stereotypering' zijn. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Maurice de Zeeuw 03-01-18 Vrouwen in de cockpit? Ze zijn niet te vinden
  2. Tubantia Kees Graafland & Cyril Rosman 07-02-18 Justitie onderzoekt oproep tot moordaanslag op Sinterklaas