stellair
Uiterlijk
- stel·lair
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘de sterren betreffend’ voor het eerst aangetroffen in 1936 [1]
- afgeleid van het Franse stellaire met het achtervoegsel -air [2]
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | stellair | stellairder | stellairst |
| verbogen | stellaire | stellairdere | stellairste |
| partitief | stellairs | stellairders | - |
stellair [3]
- (astronomie) de sterren betreffend
- Het woord stellair staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "stellair" herkend door:
| 46 % | van de Nederlanders; |
| 47 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "stellair" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ stellair op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Achtervoegsel -air in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Astronomie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 46 %
- Prevalentie Vlaanderen 47 %