steekbal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • steek·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord steekbal steekballen
verkleinwoord steekballetje steekballetjes

Zelfstandig naamwoord

steekbal m

  1. (voetbal) een pass waarbij men de bal langs een aanvaller van de eigen partij en de verdedigers van de tegenpartij speelt zodat de aanvaller een scoringskans krijgt
    • Van Amersfoort was vlak daarvoor ook al gevaarlijk, maar stuitte na een steekbal van Rienstra op Padt. [1] 
    • Excelsior was beter dan de bezoekers, maar de thuisploeg kwam moeilijk tot scoren en kreeg ook weinig grote kansen. Pas vlak voor rust wist Penterman het net te vinden. Hij tikte binnen na een steekbal van Davina. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Verwijzingen