standerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

standerd
Uitspraak
Woordafbreking
  • stan·derd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord standerd standerds
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

standerd m

  1. (molenaarsambacht) molen die op een verhoging staat en in zijn geheel kan draaien
  2. (molenaarsambacht) as waaromheen een standerdmolen kan draaien
Synoniemen

Gangbaarheid

14 % van de Nederlanders;
15 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be