spille

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • spil·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelnederduitse spelen
Naar frequentie 469
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spille
spiller
spillede
spillet
volledig

Werkwoord

spille

  1. overgankelijk spelen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • spil·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelnederduitse werkwoord "spelen"
Naar frequentie 467
vervoeging
onbepaalde wijs spille
tegenwoordige tijd spiller
verleden tijd spilte
voltooid
deelwoord
spilt
onvoltooid
deelwoord
spillende
lijdende vorm spilles
gebiedende wijs spill
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

[A] spille

  1. overgankelijk spelen

Werkwoord

[B] spille

  1. overgankelijk vermorsen
  2. overgankelijk versukkelen
Synoniemen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • spil·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Middelnederduitse werkwoord "spelen"
vervoeging
onbepaalde wijs spille
spilla
tegenwoordige tijd spiller
verleden tijd spilte
voltooid
deelwoord
spilt
onvoltooid
deelwoord
spillande
lijdende vorm spillast
gebiedende wijs spill
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

spille

  1. overgankelijk vermorsen
  2. overgankelijk versukkelen
Synoniemen